|
Politieke interventie
In het jaarlijkse opinieonderzoek over de banksector staat politieke interventie bovenaan in de top 30 van de grootste uitdagingen waar de banken sinds het begin van de financiële crisis mee worden geconfronteerd. Het onderzoeksresultaat is gebaseerd op antwoorden van 450 mensen met een topfunctie of andere bijzondere positie in de financiële sector, verspreid over 49 landen. Volgens de deelnemers aan het opinieonderzoek, onder wie bankiers, bevoorrechte waarnemers en regelgevers, hebben de verschillende reddingsplannen ertoe geleid dat de banken ‘gepolitiseerd’ zijn. En dat hypothekeert hun financiële gezondheid. Deze zienswijze wordt gedeeld door alle bevraagde deelnemers in de geografische gebieden waar het bankwezen sterk vertegenwoordigd is, al zijn de onderliggende redenen uiteenlopend.
Interferentie
Volgens het onderzoek zouden de beslissingen die banken nemen in verband met kredietverlening, worden beïnvloed door de ‘interferentie’ vanuit de politiek. Actoren die zich buiten de bankwereld bevinden, menen bovendien dat de reddingsoperaties de banken schade hebben berokkend door onvoorzichtig gedrag te stimuleren. De regelgevers vrezen dan weer dat regeringen hun steun aan de banken gaan intrekken voordat de banken hun financiële toestand hebben kunnen aanzuiveren, waardoor de sector nog een tweede knak zou krijgen. Politieke interventie is in de voorbije 15 jaar in dit opinieonderzoek nooit als een risicofactor naar voren gekomen. Volgens het recentste onderzoek hangt het grootste risico nauw samen met overreglementering (op de 3e plaats in de rangschikking) en met de vrees dat de banken te lijden hebben onder een overreactie op dit vlak, als gevolg van de crisis.
Relatiecrisis
David Lascelles, redacteur van het opinieonderzoek, licht toe: “Het is ironisch te denken dat de politici worden beschouwd als een risicofactor, terwijl het net zij zijn die de banken hebben gered. Maar de banken en de maatschappij zitten duidelijk in een relatiecrisis. Het zal nog jaren duren voordat het vertrouwen hersteld is. En ondertussen moeten de banken met een financiële handicap voortdoen.”
Van buitenuit
Josy Steenwinckel, Financial Services Leader van PricewaterhouseCoopers in België, bevestigt dit: “Veel mensen zijn bang dat de banken door de financiële crisis hun eigen lot niet langer in handen hebben. Politieke interventie en overreglementering worden bij de grootste uitdagingen vermeld; de verwachting dat veranderingen in het bankwezen van buitenuit zullen komen, ligt in het verlengde daarvan. “Dit onderzoek komt als gelegen want het belicht het cumulatieve effect van de reguleringsinitiatieven dat ongewenste gevolgen kan hebben. Het vertrouwen tussen banken en regelgevers moet dan ook dringend worden hersteld, de nood daaraan is nooit eerder zo acuut geweest.” Veel van de risico’s die in het opinieonderzoek hoog gerangschikt staan, in het bijzonder kredietrisico (2e plaats), houden verband met de bezorgdheid om de gevolgen die de recessie voor de sector heeft. Het merendeel van de respondenten toont zich pessimistisch over de toekomst en vreest een dubbele recessie gekoppeld aan een nieuwe vloed van geschillen die de kredietinstellingen rechtstreeks zal treffen. Het klimaat is bijzonder somber in de regio Azië en het Stille Oceaangebied; daar maken de respondenten zich zorgen dat een nieuwe zeepbel, een ‘asset bubble’, gaat barsten. Dat zou het vertrouwen in de kredietmarkten dan weer een opdoffer geven.
Zelfredzaam
Het onderzoek geeft ook aan dat men er niet gerust op is of de banken wel zelfredzaam zijn. De belangrijkste domeinen waarnaar bijzondere aandacht moet gaan, zijn kwaliteit van risicobeheer, deugdelijk bestuur en managementincentives. Een andere bevinding uit het onderzoek is dat bepaalde risico’s afnemen naarmate de crisis luwt. Bepaalde financiële risico’s – liquiditeit, derivaten, rentevoeten, beurswaarde – dalen in de rangschikking vergeleken met het in 2008 gevoerde onderzoek. Opmerkelijk is de daling van de risico’s die verbonden zijn aan speculatieve fondsen: van de 10e naar de 19e plaats; het gevaar dat ervan uitgaat, lijkt immers sterk verminderd te zijn. De risico’s die samenhangen met de infrastructuren van het financiële systeem, zoals backoffice en betalingssystemen, worden ook als klein ingeschat, want dit zijn tijdens de crisis sterkhouders gebleken. Het milieurisico blijft ongewijzigd op de 25e plaats staan, ondanks de invloed van de Top in Kopenhagen.
|