|
Voorspelbaar afwezig in dat gesprek zullen de werklozen zelf zijn, samen met de vele initiatieven die zij op touw zetten om het leven comfortabeler te maken – voor henzelf maar vaak ook voor anderen. Kunnen deze initiatieven een verschil maken of is het slechts spielerei in de marge? Er is al enkele jaren sprake van een heuse beweging die de rechten van deze micro-initiatiefnemers wil verbeteren en het statuut van de werkloosheid in vraag stelt. Burgers die formeel werkloos zijn, zijn vaak ontzettend ondernemend en leveren waardevol ‘werk’ dat nooit zal stollen tot commercieel betaalbare arbeid. Het voorbeeld van de schipper is intussen legendarisch: de man nam twee jaar geleden een half dozijn ‘moeilijke’ jongeren uit de jeugdbescherming mee als matroos, leerde de jongens zeilen en sleutelen aan de scheepsmotoren. Voor de gasten een ommekeer in hun leven; voor de schipper net zo goed. Vandaag staan veel instellingen te trappelen om ‘hun jongeren’ voor een weekje in te schepen.
Het matrozenproject begon als wild idee binnen “Buurtschatten”. Dat Antwerpse opbouwwerkproject steunt buurtbewoners die hun droom – een hobby, een talent, een idee – serieus willen nemen. Het Buurtschatten team brengt vraag en aanbod bij elkaar, zoekt ondersteuning in (en ook buiten) de wijk, coacht bewoners; zoekt naar goodwill. Zulke micro-initiatieven tonen kansen die de klassieke arbeidsbemiddeling niet kan halen. Hoewel de meeste initiatieven geen klassieke tewerkstelling opleveren, beantwoorden ze wel aan erg relevante noden. De aanbieders maar ook de afnemers van diensten en aangeboden talenten worden zichtbaar beter van wat ze uitwisselen – ze worden er in elk geval niet ziek of gestrest, niet depressief. In de wijken waar zulke initiatieven ontwikkeld worden, neemt de verzuring vrijwel zeker af. Veel initiatieven leggen relaties met partners waar eerder geen contact mee was, bijvoorbeeld een centrum deeltijds leren, de stedelijke dienst werk en economie, …. Net die mensen die in de modale economie aangewezen worden als moeilijk bemiddelbaar, vinden hier een nieuw elan.
In buurten met veel micro-initiatieven, waait er dikwijls een nieuwe wind. De directe uitwisseling van kennis, diensten of talenten, sluit goed aan op wat er lokaal leeft en nodig is, vaak beter dan de vrije markt ooit kan bieden. Ook politici identificeren zich graag met de nieuwe werkvorm. Daar is niets mis mee als die identificatie gepaard blijft gaan met reële ondersteuning (steun in natura, beschikbaarheid van infrastructuur, coöperatieve stedelijke diensten en afdelingen,…) zonder pasmunt of bijkomende voorwaarden. Men kan zich ook voorstellen dat een te grote aandacht door politici ertoe kan leiden dat initiatieven politiek niet meer ‘vrij’ zijn in hun beeldvorming en dagelijkse werking.
Mensen die deelnemen aan wijk- en buurtgerichte micro-initiatieven, doen dit steeds in volledige vrijwilligheid. Maar vrijwilligheid pakt in de praktijk heel anders uit: in naam van activering worden mensen met een leefloon opgelegd om een “zinvolle” dagbesteding te hebben. Omgekeerd mogen mensen die formeel “werkloos” zijn, niet al te vaak meedoen aan onbetaalde activiteiten – ze worden immers geacht ‘voltijds beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt’ en hun dagen volledig te slijten met het zoeken naar reeds bestaande loonarbeid…
Het wordt tijd voor een koerswissel: in de huidige samenleving (en in die van morgen) zijn er steeds meer mensen die geen monetair beloonbare arbeid (zullen) verrichten maar die wel een zeer waardevolle bijdrage (zullen) leveren. Het is dus niet slim en erg duur wanneer we al deze mensen aan een klassieke baan willen helpen. Arbeidsbemiddeling, opleiding en activering kunnen behalve klassieke tewerkstelling beter ook deze nieuwe pistes bewandelen.
En juist daar knelt het. Wie vandaag een ondernemend karakter heeft maar zich in de marge van loonarbeid bevindt, is juridisch gezien een paria. Je moet eerst een kind krijgen of een gezinslid verliezen vooraleer je een loopbaan kunt ‘onderbreken’. We moeten dus snel naar een juridische situatie waarin ‘leven buiten de loonarbeid’ gezien wordt als activiteit. Werkloos zijn is immers een activiteit – vraag het maar aan mensen die het zijn.
|