|
Die indruk was nochtans ontstaan sinds het arrest van het Europees Hof van Justitie in de zaak-Van Leuken. Het Antwerpse Hof van Beroep maakt daar nu definitief komaf mee, tot genoegen van het BIV en heel wat Belgische vastgoedmakelaars.
‘Ongetwijfeld heeft dit arrest een grondige impact op de vastgoedmakelaardij in Europees perspectief’, zegt BIV-voorzitter Luc Machon. Tot voor kort schermden heel wat buitenlandse (niet-BIV-erkende) vastgoedmakelaars met het bewuste arrest om aan te tonen dat ze probleemloos vastgoedactiviteiten konden stellen op Belgisch grondgebied. Zolang ze maar over een geldige samenwerkingsovereenkomst beschikten.
Op die manier kon een buitenlandse makelaar dus op zijn eigen website publiciteit maken voor een pand dat in België was gelegen, mocht hij kandidaat-kopers in die panden rondleiden en hen ook nog eens de bouwtechnische info aanreiken. Dat alles zonder dat hij daarvoor zelf over een BIV-erkenning moest beschikken. Andere aspecten van de verkoop, zoals bijvoorbeeld het juridische luik, moesten gesteld worden door de BIV-erkende makelaar.Dit alles leidde meermaals tot ongenoegen, zowel bij de sector als bij het BIV dat de laatste jaren actief inzet op de strijd tegen nepmakelaars.
Terecht, zo blijkt nu. Het Antwerpse Hof van Beroep stelt namelijk klaar en duidelijk dat een samenwerkingsovereenkomst geen vrijgeleide is voor buitenlandse makelaars. Met andere woorden: het is niet omdat er een samenwerkingsovereenkomst bestaat dat de buitenlandse niet-erkende makelaar zich zomaar kan verschuilen achter zijn overeenkomst.Precies daarom veroordeelde het Antwerpse Hof zopas een Nederlandse makelaar van wie de samenwerkingsovereenkomst alleen een papieren voorwendsel bleek te zijn. Hierin volgde de rechter het BIV, dat kon aantonen dat het in de praktijk wel degelijk alleen de buitenlandse makelaar was die alle makelaarsactiviteiten stelde. Inmiddels werd deze Nederlandse nepmakelaar veroordeeld tot het betalen van een aanzienlijke dwangsom.
Volgens BIV-voorzitter Luc Machon zet dit arrest alvast de toon voor wat de inhoudelijke controle van een samenwerking betreft. ‘Het preciseert dat het loutere bestaan van een samenwerkingsovereenkomst echt niet voldoende is voor buitenlandse makelaars om te besluiten dat een erkenning niet nodig zou zijn’, aldus Machon.Daarnaast zorgt het arrest voor een verenging van het ‘saucissoneringsprincipe’ voor buitenlandse makelaars. ‘Het stelt duidelijk dat onze beroepserkenning ‘ondeelbaar’ is. Ook wie slechts een deel van de activiteiten uitoefent, moet dus over een rechtsgeldige erkenning als vastgoedmakelaar beschikken’, concludeert de voorzitter van het BIV.
Bron en meer info : www.BIV.be – biv-mail dd.04/07/2012.
|