|
Nationaal Park De Meinweg, 1800 hectaren groot, is een voor Nederland zeldzaam terrassenlandschap, met nogal abrupte overgangen tussen de drie niveaus. Het gebied ligt ten oosten van Roermond en wordt aan drie kanten omsloten door Duitsland. Geurige bossen, heide, vennen en beekdalen zorgen voor variatie. Het is de enige plaats in Nederland waar de adder leeft.
Ik logeerde in Boshotel Vlodrop, een ietwat afgelegen en comfortabel hotel in het groen. De wandel- en fietspaden starten voor de deur. Hoewel het een zonnig en warm weekend was, kwamen we nauwelijks iemand tegen. Er hangt zelfs een vaag eind-van-de-wereld gevoel. Het is er mooi en rustig.
Dwars door het bos passeert de IJzeren Rijn, een door onkruid en struiken overwoekerde spoorlijn naar het Ruhrgebied waarvan de Antwerpse havenkringen al jaren vruchteloos de herindienstneming bepleiten.
Waar de nonnen baas waren
Op de terugweg naar België bezocht ik Thorn (foto). Dat ligt op de grens, tegen het Belgisch-Limburgse Kessenich aan. Acht eeuwen lang was Thorn een ministaatje met een eigen munt en rechtspraak. Nonnen van adellijke afkomst zwaaiden er de plak.
Vandaag is het intacte en witgekalkte oude stadje een populaire bestemming voor dagjesmensen. Het is er aangenaam kuieren en er zijn veel terrassen, cafés en restaurants.
Passeer zeker in het toerismekantoortje. Ze beschikken er over een schat aan documentatie en de dame aan de balie is erg efficiënt.
Ik kocht er een fietsroutekaart en we pedaleerden naar het vestingstadje Stevensweert, om via de Belgische kant van de Maas terug te keren. Als u op en stralende zondag gaat, zoals wij, hou er dan rekening mee dat u niet de enige zal zijn om de veerpont te nemen. Er was een file van fietsers van 100 meter lang en het vaartuigje was zes keer heen en weer getuft vooraleer wij aan de beurt kwamen
|